Tips van experts 

Trainen in het bos 

Ook in het bos kun je je paard trainen en sterker maken, zowel lichamelijk als mentaal. Wij vragen ervaringen en tips van vier experts

Tekst Mara Ruijter Beeld Remco Veurink

Grand Prix-dressuuramazone Maxime van der Vlist (29) rijdt met haar zestienjarige Bailey regelmatig buiten. Ze vertelt: “Vooral na een internationaal concours wil ik graag naar buiten. Dat is dan vooral voor de ontspanning en de afwisseling. Ik laat hem lekker stappen met een los teugeltje en zie hem dan echt genieten. Lekker om zich heen kijken met de oren naar voren. Op een mooi pad met een goede bodem pak ik ook draf en een galopje mee, met een lichtte contactteugel. Ik zie deze ritjes vooral als een mentale training.”

FRISSER In 2016 had Maxime van der Vlist een druk wedstrijdseizoen. Ze maakte deel uit van het KNHS Talententeam, won de U25 Cup op Jumping Amsterdam, won de bronzen plak op de Nederlandse Kampioenschappen U25 en reed op het Europees Kampioenschap U25, waar ze met het team de zilveren medaille won. “Ik reed toen juist vaak in het bos. We mistten in sommige oefeningen net dat beetje extra power. Mijn trainer Jeanine Fiechter stelde voor om eens lekker naar het bos te gaan en de uitgestrekte draf en de series oefenen. In het bos is Bailey altijd net iets meer ‘aan’. Hij kon zich in het bos net wat meer openen, waardoor ik goed de piaffe en passage kon oefenen.

Hij ging thuis frisser door de baan en had er veel plezier in. Het rijden in het bos heeft ons dus zeker geholpen. Als ik weer zo’n wedstrijdseizoen heb, pak ik het zeker weer op deze manier aan.”

AFWISSELING EN ONTSPANNING In het bos kun je oefeningen als de uitgestrekte draf, piaffe, passage en de series goed trainen, vindt Maxime. “Op die lange paden kun je de series langer maken, en tussendoor bijvoorbeeld halthouden. Kijk goed naar wat je paard nodig heeft en aanbiedt. Dat is bij elk paard anders. Probeer te voelen waar de verschillen zitten in het rijden in de rijbaan en in het bos en wat je in het bos wel en thuis niet hebt. Als je door bostrainingen opeens ook verschil merkt in de rijbaan, maakt dat de bosritten nog leuker.   Afwisseling en ontspanning zijn belangrijk. Het is goed om eens ander werk te doen dan alleen in de rijbaan. In het bos heb je een andere connectie met je paard. Normaal ben ik serieuzer bezig en in het bos heb ik een ander gevoel. Verstand op nul en lekker genieten! Nu ik bij Stal van de Sande sta, rijd ik nog meer buiten. Bijna elke dag stap ik mijn paarden na de training buiten uit. Je gaat hier de poort uit en stapt meteen een bospad in. Heerlijk!”

‘Normaal ben ik serieuzer bezig en in het bos heb ik een ander gevoel’ 

‘Het is goed om eens ander werk te doen dan alleen in de rijbaan’ 

Mireille den Hoed (51) is instructeur, revalidatietrainer, docent en oprichter van TAKT Academy.   “Buiten trainen biedt oneindig veel mogelijkheden. Van iedere buitenrit kun je een mooie training maken. Je kunt eigenlijk alle dressuuroefeningen meepakken, bijvoorbeeld zijgangen en tempowisselingen. Dat is vooral fijn als je regelmatig buiten rijdt. Een ander terrein is voor de meeste paarden ook al een mentale training.  Ik rijd zeker één keer per week buiten. Het liefst gaan we naar het bos, maar soms rijden we ook een rondje buiten vanaf ons eigen terrein. Ik gebruik de buitenritten vaak als hersteltraining na een zware training. Ook galoptrainingen doe ik graag buiten in het bos of op de galopbaan van De Schalm in Renswoude.  Als je voornamelijk in de rijbaan traint, is een buitenritje meestal echt voor de afwisseling en zou ik het niet te moeilijk maken. Laat je paard gewoon aan een lange teugel lekker stappen en wat draven. Hij vindt het fijn om lekker om zich heen te kijken en even niets te hoeven. Ook voor jou werkt dat ontspannend.”

‘Van iedere buitenrit kun je een mooie training maken’

TIPS VAN MIREILLE

  1. Zorg dat je paard ook op buitenrit in verticale balans is en dat jij recht op je paard zit, anders moet je paard compenseren in zijn lijf. Je zult merken dat een heet paard relaxter wordt als hij in balans komt. Dit kun je bijvoorbeeld doen door je paard de zachte teugel aan de holle kant aan te laten nemen. 
  2. Oefen eens zijgangen en overgangen, zoals galop-stap-galop, als je vaak buiten rijdt. 
  3. Doe je hersteltraining, zoals een staptraining, ook eens in het bos. Met een lange teugel moet je paard op eigen benen lopen en opletten waar hij zijn voeten zet. De bodem is anders dan de vlakke rijbaanbodem.  
  4. Door op verschillende ondergronden te lopen, wordt je paard sterker en verbeteren zijn coördinatie, motoriek en balans. 
  5. Houd rekening met die verschillende bodems. Een mulle bodem is belastend en een ongelijke bodem is moeilijker begaanbaar voor je paard. Pas je training en de duur hierop aan. Als je paard gevoelige zolen heeft, kun je goed passende hoefschoenen meenemen voor stenige paden.  

Monique Veldhuis (41) is springamazone en rijdt zowel jonge paarden als hoger opgeleide springpaarden.  “Met jonge paarden probeer ik een paar keer per maand op pad te gaan. Voor het bos moeten we zo’n twintig minuten met de vrachtwagen rijden. Als de paarden veel op concours hebben gelopen, gaan we daarom minder vaak weg. Ik wil ze dan niet nog een keer op de wagen zetten. In de weekenden dat we geen wedstrijden hebben, gaan we graag naar het bos. Mijn paarden zijn over het algemeen vol in de training en rijden in het bos is meestal voor de ontspanning. Toch is dat ook intensief, vooral voor die jonkies. Zelfs met een losse teugel de heuvel opstappen is hard werken voor ze. Die hebben na afloop dan toch een beetje spierpijn.  Ik ben van mening dat je in het bos een volwaardige training kunt creëren, zowel qua spierkracht als qua conditie. Je kunt in het bos eigenlijk intensiever trainen dan in de bak. Heuvel op, heuvel af; het vergt veel kracht. Dat geldt ook voor de conditie. In het bos een stuk voluit gaan in verlichte zit is toch anders dan rondjes galopperen in de bak. Het houdt ze ook lekker fris tussen de oren. Gewoon lekker gaan en niet te veel nadenken! Het is voor je paard leuk, voor jezelf leuk en ook nog eens een goede training.”

‘Het houdt de paarden fris tussen de oren’

TIPS VAN MONIQUE

  1. Neem veel heuvels mee. Daarmee train je extra spierkracht. 
  2. Galoppeer eens een stuk voluit in verlichte zit. Zo verbeter je de conditie van je paard. 
  3. Ga met een jong paard niet al te lang. Vaak is hij na een uur echt moe. Heuvels rijden is intensief en zo’n nieuwe omgeving vraagt ook energie.  

Mireille ten Have (54) is dressuuramazone, jurylid, FEI-steward, federatievertegenwoordiger en I&R-controleur. Met Encanta Karla start ze Intermédiaire II, Jackson komt uit in het ZZ-Licht en Karim loopt Lichte Tour. “Ik probeer één keer in de week naar buiten te gaan. Ook met mijn wedstrijdpaarden. Ik ga in het voorjaar en de zomer het liefst ’s avonds laat. Dan heb ik het bos voor mij alleen en kan ik qua training veel doen, vooral op een pad waar de bodem goed is. Denk aan galoptraining, tempowisselingen, galopwissels, wijken, appuyeren… Ik wil weleens een serie meepakken of de wissels oefenen. Een paar passen appuyeren, wissel maken, en weer een paar passen terug appuyeren.   Vergeet ook niet om lekker te ‘boscrossen’. Gewoon in de verlichte zit, niks ‘moeten’ en gaan! Voor mij is het grootste voordeel dat de paarden er fris van blijven. Van vijf à zes keer trainen in de bak wordt geen enkel paard blij, ook een dressuurpaard niet. Zo springt Jackson ook regelmatig met een andere amazone. Hij vindt dat heel leuk en heeft dat ook echt nodig. Ik vind het belangrijk dat paarden veel zien. Hoe meer je paard ziet, hoe makkelijker hij wordt. Daarbij moeten ze ook ‘paard’ blijven. Hard werken mag, maar er moet ook ruimte zijn voor ontspanning. Niet alleen voor je paard, maar ook voor jezelf.”

‘Hoe meer je paard ziet, hoe makkelijker hij wordt’

TIPS VAN MIREILLE

  1. Kijk goed of de bodem geschikt is: niet te nat of te zwaar, geen kuilen, stenen of boomwortels. 
  2. Maak gebruik van de volledige breedte van het pad: oefen wijken, appuyeren of wissels door te zigzaggen.  
  3. Ga met een rustig en ervaren paard mee als jouw paard dat nog niet is. Meestal neemt je paard de rust over.  
  4. Neem altijd je telefoon mee en zorg ervoor dat je de route kent.