Sanne Thijssen

‘Con Quidam heeft een enorme persoonlijkheid’

Al langere tijd gold Sanne Thijssen als grote belofte voor de Nederlandse springsport. Die laatste stap naar de wereldtop is echter de moeilijkste en zoals ieder groot talent is ook Sanne afhankelijk van de pk’s onder zich. In 2021 viel alles op zijn plek. Met een in bloedvorm verkerende Con Quidam werd het ene na het andere droomresultaat behaald. Hoogste tijd dus voor een interview met de ambitieuze Limburgse.

Tekst Peter van Pinxteren Beeld Sushilla Kouwen

Het rijden heb je met de paplepel ingegoten gekregen. Hoe was de jeugd van een dochter van een internationale springruiter, die ook een grote speler in de handel van toppaarden is? “Ik was al van jongs af aan actief bij de pony’s, maar had echt niet het besef wat er allemaal om me heen gebeurde met de paarden, laat staan dat ik later goed genoeg zou zijn om internationaal te gaan rijden. Bij de pony’s ging alles bij ons spelenderwijs. Mijn ouders hebben mij en mijn broertje en zusje een soepele opvoeding gegeven en ons heel vrij gelaten. We hebben van alles gedaan met de pony’s; lekker mee gezwommen, in de bossen over takken gesprongen en dat soort dingen. Op een gegeven moment ga je wat hoger springen en word je iets serieuzer, maar dat was totaal nog niet te vergelijken met het niveau waarop ik nu actief ben. Toen ik eenmaal bij de paarden belandde, is het wel hard gegaan. Voor mij stond snel vast dat ik beroepsmatig verder wilde in de paarden.”

Had je nog hobby’s naast de pony’s? “Nee, die heb ik eigenlijk nooit gehad. Wel vond ik alle sporten leuk om te doen op school. Ik had altijd al een winnaarsmentaliteit. Ik ging er vol voor en dan maakte het niet uit wat ik deed, of het nu voetbal, hockey of iets anders was. Ik denk dat ik die mentaliteit vooral van mijn vader heb. Hij heeft natuurlijk veel in de sport gereden en gepresteerd. Mijn moeder heeft overigens ook wel gereden, maar nooit op wedstrijd.”

Draait het bij jullie in de familie altijd om de paarden of is er ook ruimte voor andere dingen? “Uiteindelijk draait het wel om de paarden. De meeste gesprekken gaan daarover. Toevallig is de rest van de familie pas geleden gaan skiën. Ik ben zelf dit keer niet meegegaan. Ik ben eigenlijk altijd thuis bezig en natuurlijk veel op concours. Ik vind dat prima. Het wordt niet snel saai met paarden. Ik rijd vanaf mijn vijftiende internationaal, je bent nooit uitgeleerd en kunt altijd weer hogerop."

Je broertje en zusje volgen in je voetsporen. Zij zitten nu zelfs samen in het KNHS Talententeam, waar jij eerder ook deel van uitmaakte. “Ja, dat is hartstikke leuk en best bijzonder als je dat zo benadrukt. Mijn zusje is net als ik altijd gedreven geweest in de paardensport en had dat ook al bij de pony’s. Mijn broertje is op jonge leeftijd meer aan het zoeken geweest en wist niet precies wat hij wilde. Hij heeft gevoetbald, maar dat was het toch ook niet. Op latere leeftijd is hij alsnog fanatiek geworden in de paarden.”

‘Ik heb altijd een winnaars­­­­- mentaliteit gehad’

‘Het wordt niet snel saai met paarden’

‘Ik heb de knoop doorgehakt en ben deels voor mezelf begonnen’

Sanne Thijssen persoonlijk

Welke ruiter is een idool voor Sanne? Wat is haar mooiste herinnering op paardengebied en voor welk eten kunnen we haar midden in de nacht wakker maken? Deze en andere vragen stelde Paard&Sport hoofdredacteur Peter van Pinxteren haar in onderstaande audio.

Sanne Thijssen (1998, Sevenum) is een dochter van de internationale springruiter Leon Thijssen, die zelf veelvuldig voor het Nederlandse team uitkwam. In 2015 werd Sanne Nederlands kampioen bij zowel de junioren (met Ulena) als bij de Young Riders (met Con Quidam). Ze zat van 2016 tot en met 2019 in het KNHS Talententeam en werd KNHS Talent van het Jaar 2016. Op dit moment maken haar zus Mel en broer Mans deel uit van het Talententeam. Sanne zit op haar beurt in het Olympische kader springen van TeamNL. Met topper Con Quidam behaalde ze vorig jaar talrijke zeges en ereplaatsen, waaronder: 1e Grote Prijs CSI5* Rotterdam 1e FEI Nations Cup finale Barcelona 1e Grote Prijs CSI4* Opglabbeek 1e Grote Prijs CSI4* Vejer de la Frontera 2e Grote Prijs CSI5* GCT Valkenswaard

De sport biedt je uitdagingen, geef je aan. Zijn er nog meer aspecten die het werken met paarden voor jou zo mooi maken? “Jazeker. Een paard is niet bepaald een auto die je even start en waarmee je een rondje gaat rijden. Je moet paarden echt aanvoelen. Ze moeten goed in hun vel zitten om te kunnen presteren. Daarom vind ik het hele management rondom een paard zo mooi. Eigenlijk ben je altijd aan het puzzelen om alles zo goed mogelijk voor elkaar te krijgen. Als dat allemaal op zijn plek valt, is dat bijzonder mooi. Iemand zei ooit ‘de juiste flow kun je niet trainen’. Je zit in de flow met je paard of niet. Je kunt van alles regelen en sturen, maar dat laatste stukje heb je niet in de hand. Als dat lukt, maakt dat het extra mooi. Wat trouwens ook uitdagend is, is het vinden van een juiste combinatie tussen het bedrijven van topsport en de handel. Want naar je beste paarden is altijd vraag.”

Je werkt nu deels voor jezelf en niet meer alleen voor je vader. Waarom is dat? “Toch om zelf wat te kunnen ondernemen met eigen paarden. Als ik alleen voor mijn vader rijd, ben ik van half acht tot half zes bezig. Als je daarna nog eigen paarden moet gaan doen… Op een gegeven moment breekt dat op. Vandaar dat ik deze stap heb gemaakt. Ik heb de knoop doorgehakt en ben een bedrijfje voor mezelf begonnen op een andere locatie, wel in de buurt van de stal van mijn vader. Mijn paarden staan ook wel eens bij hem op stal, als daar paarden internationaal op concours zijn.”

‘Con Quidam is gemaakt voor dit spelletje’

Hoe werkt die verdeling verder? “Dat is redelijk soepel. In principe begin ik op een doorsnee dag met de paarden van pap en in de middag rijd ik de paarden van mezelf. Op concours wisselt het af. Soms heb ik een dag dat ik alleen papa’s paarden rijd en de andere dag alleen mijn paarden. Uiteindelijk is het altijd mooi verdeeld, en dus zeg maar fiftyfifty.”

2021 verliep ongekend succesvol. Was dat een soort doorbraak naar de wereldtop en hoe moeilijk was het om dat laatste stapje te maken? “Dat laatste stapje is zeker niet makkelijk, kan ik je zeggen. Of het mijn doorbraak is, weet ik niet. Ik heb wel een doorbraak naar het Nederlandse team gemaakt. Daar ben ik trots op. We hadden Rob als bondscoach en het was nog niet zo makkelijk om er goed tussen te komen. Hij had toch wat zijn vaste club, wat op zich niet raar was. Toen ik er eenmaal bij zat, ging het als een speer. Hij kon niet meer om me heen, haha.”

Welk resultaat sprong er voor jou bovenuit? “Dat waren er eigenlijk twee. Allereerst de winst in Rotterdam. Ik wilde het daar heel goed te doen, omdat ik wist dat ik me daarmee op de kaart kon zetten. En dat is boven alle verwachtingen extreem goed gelukt. Daarnaast gaf de overwinning in de landenfinale in Barcelona wel een heel speciaal gevoel. Voor een team rijden is toch anders. Je doet het dan echt voor elkaar. Als je een keer een eigen wedstrijd hebt die tegen zit en je krijgt twee balken denk je eerder ‘okay, shit happens, het is niet anders’, maar voor je team geeft dat een ander gevoel. Dan verpest je het toch wat voor de rest. Je wint en verliest met elkaar.”

En we hebben eindelijk weer girl power in het Nederlandse team. Hoog tijd, of niet? “Ja, dat klopt. Ik denk dat Angelique Hoorn de laatste was en dat is wel even geleden. Dat maakt het extra leuk om er bij te zitten.”

Alle successen heb je met Con Quidam behaald. Je reed hem al bij de jeugd. Hoe lang vormen jullie al een combinatie? “Inmiddels iets van zeven jaar. Het is een speciaal paard en juist doordat we samen naar dit niveau gegroeid zijn, hebben we elkaar onbewust erg goed leren kennen. Ik denk dat ik Con Quidam heel goed kan lezen en managen. Daardoor weet je precies wat werkt en wat niet."

” Wat maakt hem zo speciaal? “Hij heeft een enorme persoonlijkheid. Nu zit er gelukkig weer publiek op de tribunes en daar wordt hij gewoon gretig van. Hij raakt dan opgewonden en uit dit door met zijn hoofd te schudden of voor wat omhoog te komen. Niet gemeen, maar dan toont hij zijn machogedrag. Hij wil zich laten zien. Con Quidam is echt gemaakt voor dit spelletje. Ik krijg mee dat er mensen zijn die beweren dat dit dierenleed is. Ik kan je vertellen dat ik hem eerder leed aandoe als hij thuis moet blijven. Daar vindt hij niks aan. Hij heeft lange tijd een peesblessure gehad en dat thuisblijven was voor hem echt verschrikkelijk. Maar hij moest revalideren. Ik kon hem moeilijk meenemen.”

‘Er zit een positieve kant aan Con Quidams blessure, al is dat raar om te zeggen’

Je praat over een persoonlijkheid. Nu is hij geen mens, maar… “Nou, voor mij is het wel bijna een mens hoor. Hij heeft ook zijn mood swings, zijn stemmingswisselingen. Als hij boos is, is hij extra boos en als hij blij is, is hij extra blij. Het is echt mijn maatje."

Maar naar je beste paarden is altijd vraag én je vader is handelaar. Is er nooit sprake geweest van een verkoop? “Dat is zeker wel aan de orde geweest en dat was kantje boord. Eigenlijk heeft die blessure een verkoop in de weg gezeten en ervoor gezorgd dat ik nu nog met hem rijd. Voor mij zit er dus een positieve kant aan die blessure, al is dat raar om te zeggen. Als hij niet geblesseerd was geweest, was hij zeker weg geweest.” <