Gedrags­deskundige Andrew ­McLean

Over de effectieve training van sensibele toppaarden

In de vorige editie van Paard&Sport leverde dr. Andrew Mclean een korte bijdrage aan het artikel over de lange weg naar de top voor internationale sportpaarden. Dit keer gaan we aan de hand van een uitgebreid interview met de hoog aangeschreven gedragsdeskundige en trainer dieper in op de opleiding en basisbehoeften van paarden in het algemeen en die van zeer getalenteerde -en daarmee vaak extra sensibele- sportpaarden in het bijzonder.

Tekst Andrew McLean, Peter van Pinxteren Vertaling Lilianne van den Brekel

Beeld Arnd Bronkhorst

Wat kun je ons vertellen over de verschillen tussen sportpaarden op het hoogste niveau en paarden in de basissport of de recreatie, als het gaat over de mentale kant?

‘Toppaarden waren aanvankelijk hetzelfde soort paard als elk ander paard. Eventingtoppers bijvoorbeeld waren ooit vooral volbloeden die van de renbaan kwamen, en Duitse dressuurpaarden stamden af van de zwaardere trekpaardrassen zoals Oldenburgers, Hannoveranen en Holsteiners. Ze waren vaak wat minder sensibel en hadden een trager bewegingsmechanisme, wat verzameling wel een uitdaging maakte. De Iberische rassen waren van nature beter in verzamelen, maar om een of andere reden werden ze in het noorden van Europa niet zo populair als in het zuiden. Het ideale dressuurpaard en het ideale springpaard zijn hoe dan ook sterk in zowel verzamelen als versnellen.

In de jaren vijftig en zestig nam paardensport echter een vlucht. De sport verschoof van de hoek van de military naar die van de gewone man. Ook de fokkerij kreeg daardoor een boost. Paarden werden in toenemende mate geselecteerd en gefokt op beweging en prestatie en hun vermogen om bergop en verzameld te lopen. Het is een fokkerijgegeven dat wanneer wordt geselecteerd op een bepaalde eigenschap, automatisch ook andere eigenschappen worden meegenomen die daarbij in de buurt zitten. Dit fenomeen is bekend als genkoppeling. Het fokken op beweging bracht zo ook hypergevoeligheid met zich mee. Het is daarom dat het moderne sportpaard aanmerkelijk sensibeler en heter is dan zijn voorvaderen, die bekend stonden om hun gebrek aan sensibiliteit in vergelijking met bijvoorbeeld volbloeden. In het Engels kregen ze daarom de koosnaam ‘dumb-bloods’.’

Wie is Andrew McLean?

Bij paardengedragsdeskundige dr. Andrew McLean komen theorie en praktijk op hoog niveau samen. De Australiër promoveerde op mentale processen bij paarden en de invloed ervan op de training. Hij geeft les aan universiteiten en is een veelgevraagd coach, trainer en spreker over de hele wereld. Een van zijn speerpunten is het leervermogen van paarden en hoe een ieder die iets wil met en van een paard, zich hierin hoort te verdiepen. Hij schreef hierover een aanzienlijk aantal boeken en artikelen. Andrew is de initiator van het Australian Equine Behaviour Centre, dat zich toelegt op paardentraining en -gedragsverandering. Hij is ook directeur van Equitation Science International. In deze opleiding, die is erkend door de Australische overheid, leren coaches, trainers en ruiters leertheorieën te gebruiken bij de training van paarden. McLean vertegenwoordigde in vroeger jaren als ruiter zijn land in eventing en springen, reed internationaal dressuur en won races in Australië en Nieuw-Zeeland.

Andrew McLean: ‘Het moderne sportpaard is sensibeler dan zijn voorvaderen’

Paarden zijn echt sociale dieren. Dit is een waarheid waar je niet omheen kunt’

Wat zijn hiervan de consequenties voor ruiters en paarden?

‘Het punt is dat maar enkele ruiters deze paarden kunnen rijden en effectief trainen. Over het algemeen zijn deze sensibele dieren alleen geschikt voor topruiters. In feite brengen ze meer risico’s met zich mee voor recreatieruiters dan de dressuurpaarden in het verleden deden of dan recreatiepaarden. Hypergevoeligheid gaat in veel gevallen gepaard met ander, minder wenselijk gedrag, zoals de neiging om bij angst opzij te springen of achterwaarts te gaan, vluchten, bokken, spanning en gevoeligheid voor geluiden.

Het is daarom geen verrassing dat ook het aantal paardenmensen is toegenomen dat zich heeft gespecialiseerd in gedragsproblemen bij paarden. Ik was ook zo iemand. Mijn ervaring is dat je het paard best kunt klaarmaken voor een mindere ruiter, maar dat het dan na een tijd toch weer misgaat, tenzij zo iemand in staat is de juiste ervaringen en kennis op te doen en zijn vaardigheden te vergroten. Paarden merken direct of een ruiter kundig is of niet, en als dat niet zo is, maakt ze dat bang. Dat komt omdat ze heel gevoelig zijn voor informatie die tot ze komt via de handen, benen en zit van de ruiter, en dat ze spanning opbouwen als die informatie wordt verstoord of tegenstrijdig is. Paarden pikken ook snel nervositeit bij de ruiter op, wat hun onrust versterkt.’

Als het voor een jong paard fysiek te snel gaat, ontstaan mentale problemen’