Jonge paarden opleiden

Stapje terug geeft vertrouwen’

Een welbekende discussie in paardensportland: de fysieke en mentale belasting van jonge paarden in de sport. Verschillende stromingen, met elk hun eigen ideeën over de belastbaarheid van jonge sportpaarden, staan soms lijnrecht tegenover elkaar. Springbondscoach Rob Ehrens en KNHS Talententeamlid Febe van Zwambagt geven hun praktijkvisie over het opleiden van jonge talenten en lichten toe hoe zij hun paarden fit en gezond houden.

Tekst Steef Roest Beeld Arnd.nl

Rob Ehrens toont zich een fervent voorstander van de rustige weg bewandelen met een jong paard: ‘Geef het paardenlichaam de kans om te rijpen’, meent de bondscoach. ‘Als je de rust kunt bewaren en ervoor zorgt dat een paard lichamelijk genoeg over heeft om het werk te kunnen volhouden, blijft er een paard over dat het spelletje fysiek en mentaal volhoudt. Te vaak, te hoog, te veel of te moeilijk eindigt altijd in een negatieve spiraal, daar wordt geen paard beter van.’

TOPRUITERS SNAPPEN HET ‘De Nederlandse topruiters weten ontzettend goed hoe ze hun paarden moeten opbouwen. Het feit dat hun toppaarden zo lang meegaan, is te danken aan het feit dat ze van meet af aan vakkundig en professioneel worden opgeleid. Kijk bijvoorbeeld naar de carrière van springtopper Verdi, met Maikel van der Vleuten sprong hij bijna tien jaar op het hoogste niveau. Net als in de humane sport kunnen sportblessures natuurlijk altijd ontstaan. Maar de paarden die met gemak hun oefeningen doen of makkelijk springen hebben niet veel te lijden van hun werk. Training maakt hen niet alleen sterker en fitter, het verhoogt daardoor ook hun welzijn.’

TIEN ARBEIDSVOORWAARDEN ISES, (International Society for Equitation Sciences) heeft tien wetenschappelijke arbeidsvoorwaarden geformuleerd om op een veilige en verantwoorde manier met paarden te werken. Je kunt de tien principes zien als de normen en waarden voor iedereen die met paarden werkt. Zoals Rob Ehrens heel mooi zegt: ‘We praten niet over machines, we werken met intelligente dieren die elk om een eigen benadering vragen.’ De KNHS heeft, net als de FEI, in haar reglementen opgenomen wat de minimumleeftijd per klasse is. Ehrens ziet de KNHS-reglementen als een goede handleiding, maar plaatst daarbij wel de kanttekening dat het paardgebonden blijft. ‘Een vierjarige hoeft natuurlijk niet per se L-parcoursen te springen, zeker bij minder ontwikkelde vierjarige paarden moet je kijken naar wat er fysiek mogelijk is. Soms is het voor een paard beter om nog een jaar langer in een lagere klasse te lopen. We zoeken bij elk paard de klasse waar hij thuishoort.’


‘Paarden zijn intelligente dieren die elk om een eigen benadering vragen’

> Ehrens: ‘Geef het paardenlichaam de kans om te rijpen.’

DRUK VAN DE KETEL ‘Ik vind het soms wel jammer als gemeend wordt dat een paard op een bepaalde leeftijd al iets moet kunnen, zeker als ruiters daar druk op leggen’, is de mening van Febe van Zwambagt. ‘Er zit verschil tussen paarden onderling: de een loopt al heel snel met groot gemak het werk door, een ander vraagt om meer tijd. Er zijn paarden die weinig moeite hebben met de verzameling, zijgangen of wissels. Als de africhting met zoveel gemak verloopt, vind ik het niet erg als een jong paard op bepaalde oefeningen wat voorloopt op zijn leeftijdsgenoten. In de praktijk maakt elke ruiter weleens de fout om meer te willen dan het paard op dat moment aankan. Het is dan de kunst om een stapje terug te doen en het juiste werk voor te schotelen. Als sporter wil je elke dag meer. Je verlangt een zekere progressie van jezelf, én van je paard. Het mooie aan deze sport is dat je soms door je paard wordt teruggefloten. Een paard is de perfecte spiegel.’

NATUURLIJKE BEHOEFTEN Het aandacht hebben voor de natuurlijke behoeften van een paard en rekenschap geven aan alle aspecten van het wezen paard, inclusief al zijn mentale en zintuigelijke vermogen, zijn volgens ISES-wetenschappers de eerste voorwaarden om tot training over te gaan. Rob Ehrens brengt dat graag in de praktijk. Net als Van Zwambagt onderkent hij het belang om tijdig de druk van de ketel te halen. ‘Laat een jong paard gerust eens een week met rust. Een week alleen maar weidegang kan heel positief werken, net als het werk beperken tot veertien dagen het bos in. Door soms even op de rem te trappen, blijf je op een positieve manier aan de gang. Je kunt er ook voor kiezen om een paar keer proeven te rijden op een wat lager niveau dan je normaal doet, dat geeft vertrouwen.’


‘Te vaak, te hoog, te veel of te moeilijk eindigt altijd in een negatieve spiraal’

> Als de africhting makkelijk gaat, is het niet erg als een jong paard met bepaalde oefeningen voorloopt op leeftijdsgenoten.

Luister & leer!

Wil je nog meer weten over het opleiden van jonge paarden en handige tips? Journalist Steef Roest gaat over dit onderwerp in gesprek met instructeur Marion Schreuder. In de tweede podcast vertelt Edwin Hoogenraat, KNHS bondscoach springen pony’s en Children, hoe hij zijn jonge springpaarden traint.

HANDIGER EN STERKER MAKEN Toch hoeft dat niet te betekenen dat jonge paarden geen trainingsprikkel nodig hebben. ‘Ik vind dat je een jong paard best wel lekker kunt trainen’, vindt Febe. ‘Jonge paarden train ik vooral op basiswerk, dat wil zeggen dat ik veel werk aan het schakelen, waardoor er meer gedragenheid ontstaat. De oefeningen zijn bedoeld om een paard handiger en sterker te maken. Een vierjarig paard doet bij mij gerust een contragalop en als het allemaal past, rijd ik ook wel een wissel. Dat wil niet zeggen dat ik daar lang op doortrain of het perfectioneer. Ik test een keer of het mogelijk is. Zodra je stress opbouwt omdat een paard de oefening niet begrijpt, ben je op de verkeerde weg. Voor de afwisseling is het nuttig om regelmatig even in het bos te galopperen, zo zien ze eens een andere omgeving en worden ze vanzelf sterker.’

GEDEGEN OPLEIDING Ehrens: ‘Een driejarige doet bij ons niet zoveel, pas als vierjarige maken wij werk van de basisafrichting. Als er dan elk jaar een klasse bijkomt, lopen ze als zesjarige heel mooi op schema. Met een wat groot en slap paard duurt die ontwikkeling vaak net wat langer. Een kleiner en compacter paard zou wellicht sneller klaar kunnen zijn. Toch moeten we ook met een vroegrijp dier voorzichtig blijven om geen roofbouw te plegen op de kwaliteit van het paard. Ruiters zijn vaak bang om te laat te zijn, maar zelfs een zesjarige die in het 1.10m loopt, kan met een gedegen opleiding aan het einde van zijn zesde levensjaar in de klasse Z springen. Een snelle opleiding is altijd een negatieve opleiding. Gemiddeld genomen loopt een zevenjarige bij ons niet hoger dan 1.35m. Pas vanaf acht jaar bouwen we vanuit 1.40m rustig op richting de topsport. Het is geen hogere wiskunde, maar gewoon een kwestie van je paard aankijken en daar wekelijks een plan bij maken.’

OPLEIDEN KOST TIJD Febe van Zwambagt vindt wedstrijden voor jonge paarden heel nuttig om vier- en vijfjarigen veel te laten zien. ‘Je zult mij niet snel regionaal in het L of M vinden, vaak start ik paarden vanaf Z-niveau, maar dan moeten ze al zes zijn. Het rijden van wedstrijden draait allemaal om goed management. Het doel van de ruiter moet zijn om het beste in het paard naar boven te halen. Wanneer een paard het beste uit de verf komt, verschilt per paard. Voor mij is het belangrijk dat paarden elke dag met plezier aan het werk gaan. Als dat minder wordt, moet je jezelf achter de oren krabben en zoeken naar een manier om wel vooruitgang te boeken. Met jonge paarden ga je vaak heel snel drie stappen vooruit, totdat er een kleine terugslag komt. Hoe graag je ook wilt, Rome is ook niet in één dag gebouwd. Opleiden kost gewoon tijd.’

CONCOURSEN Anders dan een dressuurpaard leert een springpaard zijn werk op de concoursen. Een wereld waarin Ehrens zijn paarden langzaam introduceert. ‘Een paard heeft niet te lijden van de concoursen, mits je dat goed managet. Dat wil zeggen dat je het paard met regelmaat meeneemt en zorgt dat het positieve ervaringen zijn. Wij bouwen het stapsgewijs op. De eerste keer gaat een paard alleen mee op de vrachtwagen, pas daarna rijden we een paar keer op het losrijdterrein. Dat wordt uitgebouwd met een paar sprongetjes en in een later stadium pas een oefenparcours. Er zijn genoeg paarden die het hele riedeltje in één keer kunnen, maar dat geldt niet voor allemaal. Rust en beleid zijn heel belangrijk in het gedoseerd opleiden van een jong paard’, besluit de bondscoach.


‘Laat een jong paard gerust eens een week met rust’

> Van Zwambagt: ‘Jonge paarden train ik vooral op basiswerk.’

> Voor de afwisseling van de training is het goed om regelmatig even in het bos te galopperen.


‘Het is belangrijk dat paarden elke dag met plezier aan het werk gaan’

Opbouw van de klassen

Minimale leeftijd voor paarden voor deelname aan wedstrijden:

| Springen|

4 jaar: BB80 en BB90

4 jaar: B, L (vanaf 1 april)

5 jaar: M 6 jaar: Z, ZZ en 1.40m

7 jaar: 1.50m en hoger

|Dressuur|

3 jaar: B en BB (vanaf 1 oktober)

4 jaar: L1 en L2 (vanaf 1 april)

5 jaar: M1 en M2 (vanaf 1 april)

6 jaar: Z1, Z2, ZZ-L, ZZ-Z 7 jaar: Lichte Tour

8 jaar: alles boven Lichte Tour

|Eventing|

4 jaar: B en L (vanaf 1 augustus)

5 jaar: M

6 jaar: Z

|Endurance|

4 jaar: impulsrubriek en klasse I

5 jaar: klasse 2

6 jaar: klasse 3

7 jaar: klasse 4 tot 140 km

8 jaar: klasse 4 140-160 km

MEER WETEN? VERDIEP JE IN DE LEERPRINCIPES Hoe leert een paard? Een vraag die iedereen die met paarden sport of werkt zichzelf geregeld moet stellen. Ervaren africhters maken vaak onbewust gebruik van leerprincipes, maar ook als je veel ervaring hebt in het trainen van paarden kan het heel nuttig zijn om meer te lezen over leerprincipes. Een welbekend voorbeeld is de toepassing van operante conditionering: door herhaling leert een paard dat de druk wordt weggenomen op het moment dat gewenst gedrag voorkomt. In de praktijk betekent dat je als ruiter de druk van je been wegneemt zodra er een reactie naar voren of opzij komt. Het loslaten van de druk is dan de beloning waardoor het paard leert. Veel ruiters kennen het principe van ‘shaping’, waarin je een taak herverdeelt in kleinere, sneller haalbare taken. Net als het toepassen van desensitisatiemethodes, zoals het overschaduwen of herconditioneren. Lees hier meer over de leerprincipes van een paard.